Zorgt psilocybine o...
 
Meldingen
Alles wissen

[Opgelost] Zorgt psilocybine of psilocine voor meer bio-beschikbare tryptofaan? kynurenine effect?

1 Berichten
2 Gebruikers
3 Reactions
10 Bekeken
2
Topic starter

Zorgt psilocybine of psilocine voor meer bio-beschikbare tryptofaan? Kan dit een antidepressief effect hebben? Je hebt immers tryptofaan nodig om serotonine aan te maken en als je daar te weinig van hebt, wordt je depri. Als minder tryptofaan naar kynurenine gaat, blijft relatief meer beschikbaar voor serotoninesynthese.


1 antwoord
1

Het korte antwoord is: ja, in theorie klopt je logica volledig. In de neurowetenschap noemen we dit het voorkomen van de "Tryptophan Steal" (de tryptofaan-roof).

De Tryptofaan-roof: Hoe stress je gelukshormoon "stelt"

Tryptofaan is een essentieel aminozuur dat je lichaam voor twee hoofdzaken kan gebruiken. De eerste is de aanmaak van serotonine (), wat je nodig hebt om je stabiel en gelukkig te voelen. De tweede is de kynurenine-route.

Onder normale omstandigheden gaat slechts een klein deel naar kynurenine. Maar zodra je lichaam "brand" signaleert door bijvoorbeeld chronische stress, een ongezonde darmflora of laaggradige ontstekingen, dan gebeurt het volgende:

  1. Activatie van IDO/TDO: Stresshormonen (cortisol) en ontstekingsstoffen (zoals en ) zetten de enzymen IDO en TDO op scherp.

  2. De omlegging: Deze enzymen trekken bijna alle beschikbare tryptofaan naar de kynurenine-route.

  3. Het gevolg: Er blijft simpelweg te weinig tryptofaan over voor de aanmaak van serotonine. Je raakt "chemisch uitgeput", wat zich uit in depressie, angst en mistigheid in je hoofd.

Psilocybine als de "Brandblusser"

Psilocybine (of eigenlijk de actieve vorm psilocine) doet meer dan je alleen een psychedelische ervaring geven. Het grijpt direct in op dit proces:

  1. Remming van de roof: Psilocine bindt aan de -receptoren, die ook op je immuuncellen zitten. Onderzoek suggereert dat dit de productie van die ontstekingsstoffen ( en ) kan remmen.

  2. De "Systeem-reset": Als de ontstekingsmarkers dalen, worden IDO en TDO minder actief. De "roof" stopt, waardoor er plotseling weer meer tryptofaan beschikbaar is voor de natuurlijke aanmaak van serotonine.

  3. Neuroplasticiteit: Naast deze biochemische verschuiving stimuleert psilocybine ook de aanmaak van BDNF (Brain-Derived Neurotrophic Factor), een soort "pokon" voor je hersenen die helpt om nieuwe verbindingen te maken.

Is dit het geheim van het antidepressieve effect?

Het antidepressieve effect van psilocybine is waarschijnlijk een combinatie van factoren. Enerzijds is er de psychologische doorbraak tijdens de sessie, maar anderzijds is er deze biologische "onderhoudsbeurt".

Door de tryptofaan-huishouding te normaliseren, krijgt het brein weer de grondstoffen die het nodig heeft om zelfstandig een gezonde stemming te handhaven. Het is alsof je niet alleen de software van een computer herstelt (de psyche), maar ook de stroomtoevoer repareert (de tryptofaan-beschikbaarheid).

De kanttekening: Hoewel de theorie werkt, is het bij mensen nog lastig om dit 1-op-1 aan te tonen in het bloed. Dit komt omdat de meeste mensen in klinische studies "gezond" zijn op het gebied van ontstekingen, waardoor er weinig te herstellen valt. De echte winst zit waarschijnlijk bij de groep mensen waarbij die chronische ontstekingen (en dus de tryptofaan-roof) de hoofdoorzaak van hun depressie is.

 

Spoiler
Onderzoek
Uit het beschikbare onderzoek blijkt dat psilocybine‑ indirect invloed kan uitoefenen op de beschikbaarheid van tryptofaan voor serotoninesynthese doordat het stress‑ en ontstekingsniveau verlaagt. Daardoor wordt de activering van de kynurenine‑route waarschijnlijk afgeremd en blijft meer tryptofaan voor serotoninesynthese over. De belangrijkste punten uit de literatuur zijn: Stress en ontsteking sturen tryptofaan naar de kynurenine‑route: Cortisol en andere stresshormonen up‑reguleren het lever‑enzym tryptofaan‑2,3‑dioxygenase (TDO); pro‑inflammatoire cytokinen (IFN‑γ, TNF‑α, IL‑6) induceren indoleamine‑2,3‑dioxygenase (IDO). Hierdoor neemt de omzetting van tryptofaan naar kynurenine toe en daalt de hoeveelheid tryptofaan die voor serotoninesynthese beschikbaar is. Dit mechanisme wordt gezien bij stress, ontsteking, “leaky gut” en psychiatrische aandoeningen. In vitro‑studies tonen anti‑inflammatoire effecten van psilocine/psilocybine: In een muismodel met LPS‑geactiveerde macrofagen verminderde psilocine (de actieve metaboliet van psilocybine) de uitscheiding van TNF‑α sterker dan psilocybine; psilocine verhoogde tevens IL‑10 in post‑treatment‑condities, wat wijst op een anti‑inflammatoire respons. In een humane THP‑1‑macrofagenlijn beïnvloedde psilocybine de expressie van ontstekingsmarkers afhankelijk van de dosis: 10 µM en 15 µM verminderden de Cox‑2‑eiwitniveaus, 10 µM matigde IL‑6, terwijl 15 µM IL‑6 juist verhoogde; sommige concentraties veranderden ook Pro‑TNF‑α. Deze onderzoeken suggereren dat psilocybine/psilocine ontstekingsroutes zoals NF‑κB‑ en IL‑6/JAK/STAT‑signaalwegen kunnen remmen, maar de effecten zijn dosis‑ en contextafhankelijk. Effect in het menselijk lichaam is nog beperkt aangetoond: Een open‑labelonderzoek met 16 gezonde vrijwilligers (0,2–0,3 mg/kg psilocybine) bepaalde high‑sensitivity C‑reactive protein (hs‑CRP), TNF‑α en soluble urokinase plasminogen activator receptor (suPAR) voor en één dag na toediening. Er werden geen significante veranderingen in deze inflammatoire biomarkers gevonden. De auteurs concluderen dat éénmalige psilocybinetoediening bij gezonde personen niet genoeg is om perifere ontstekingsmarkers te verlagen. Hypothetische link met tryptofaanverdeling: Omdat stress en ontsteking de kynurenine‑route activeren, kan een reductie van deze factoren via psilocybine‑therapie ervoor zorgen dat minder tryptofaan via IDO/TDO wordt omgezet in kynurenine. Daardoor zou relatief meer tryptofaan beschikbaar blijven voor de serotoninesynthese. In vitro‑resultaten tonen dat psilocybine/psilocine ontstekingsprocessen kan dempen, maar het bewijsmateriaal bij mensen is schaars en de eerste studie vond geen effect op hs‑CRP of TNF‑α. Conclusie: De theorie dat psilocybine de tryptofaanverdeling beïnvloedt door stress‑ en ontstekingsprocessen te verminderen is biochemisch aannemelijk. Stresshormonen en pro‑inflammatoire cytokinen activeren IDO/TDO, wat tryptofaan naar de kynurenine‑route leidt. Preklinische studies laten zien dat psilocybine/psilocine ontstekingsmarkers zoals TNF‑α en IL‑6 kan verlagen in immuuncellen. Dit zou de IDO‑activiteit verminderen en meer tryptofaan voor serotonine vrijhouden. Tot nu toe hebben klinische studies bij gezonde mensen echter geen duidelijke daling van perifere ontstekingsmarkers aangetoond. Er is dus nog geen direct bewijs dat psilocybine‑therapie de kynurenine‑route bij mensen remt; toekomstig onderzoek moet langdurige behandelingen, centrale markers van neuro‑inflammatie en klinische populaties onderzoeken om dit mechanisme te bevestigen.