Waarom zeggen zo veel mensen dat ze veel hebben gehad aan microdosing terwijl het volgens onderzoekers niet statistisch significant kunnen aantonen dat het beter is dan een placebo?
Placebo en nocebo zijn twee krachtige psychologische mechanismen die een directe invloed kunnen hebben op je lichamelijke en mentale gezondheid. Bij een placebo-effect leidt positieve verwachting tot verbetering, zelfs als er geen werkzame stof wordt toegediend. Bij een nocebo-effect gebeurt juist het tegenovergestelde: negatieve verwachtingen kunnen fysieke of psychische klachten veroorzaken of verergeren — puur op basis van overtuiging.
Triptherapie legt in de blog Van nocebo naar placebo met psychedelische therapie uit dat deze effecten geen inbeelding zijn, maar neurologisch meetbare processen. Het stresshormoon cortisol speelt hierbij een sleutelrol. Negatieve gedachten verhogen cortisol, wat het immuunsysteem onderdrukt en het natuurlijke herstel blokkeert. Positieve verwachtingen doen juist het tegenovergestelde — ze activeren het zelfherstellend vermogen van het lichaam.
Psychedelica, zoals psilocybine, kunnen helpen om hardnekkige nocebo-patronen te doorbreken. Tijdens een sessie wordt het Default Mode Network (DMN) — het hersennetwerk dat onder andere zelfkritiek, piekeren en vastgeroeste overtuigingen ondersteunt — tijdelijk minder actief. Hierdoor kunnen oude patronen worden losgelaten en ontstaan er nieuwe inzichten en verbindingen. Sommige deelnemers ervaren dit als een mentale reset, waarin negatieve overtuigingen plaatsmaken voor meer compassie en acceptatie.
Daarmee zijn psychedelica geen placebo’s, maar kunnen ze wel het plaatsvervangende effect van placebo activeren, door mensen te helpen zich open te stellen voor genezing en verandering. Bovendien stimuleert psilocybine de aanmaak van BDNF, een groeihormoon dat neuroplasticiteit bevordert en herstel op neurologisch niveau mogelijk maakt.
Werkt Microdoseren beter dan placebo?
Volgens Triptherapie werkt microdoseren met psychedelica zoals psilocybine niet beter dan een placebo bij de meeste mensen. In het artikel “Macrodoseren werkt beter dan microdoseren” wordt uitgelegd dat de hoeveelheid werkzame stof bij microdosering vaak te klein is om daadwerkelijk effect te hebben in het brein. Dat komt mede door het enzym MAO (monoamineoxidase), dat in het lichaam psilocybine en psilocine snel kan afbreken voordat ze hun werk kunnen doen.
Alleen als je een dosering inneemt die boven de drempelwaarde (threshold) van je MAO-capaciteit ligt, komt er voldoende psilocine in het brein om een merkbaar effect te hebben. Bij microdoseren gebeurt dat meestal niet — en als het een keer wél effect heeft, gaat je lichaam vaak meer MAO aanmaken waardoor het effect later alsnog uitblijft.
Sommige langdurige positieve effecten van microdoseren kunnen worden verklaard door indirecte mechanismen, zoals verbeterde serotoninesynthese of veranderde neurochemie — maar deze effecten zijn mild en traag. In tegenstelling tot microdoseren laat macrodoseren (normale of hoge dosering) veel duidelijkere, langdurige en meetbare effecten zien op bijvoorbeeld stemming, inzicht en neuroplasticiteit.
Kortom: microdoseren werkt voor veel mensen als placebo — wat nog steeds waardevol kan zijn. Maar als je echt therapeutisch resultaat wilt, adviseert Triptherapie eerder een psilocybine sessie met een doeltreffende dosering, afgestemd op jouw neurochemie en doelstelling. Wil je weten wat in jouw situatie het beste werkt? Vul dan de intake voor advies op maat in.
We komen er steeds meer achter dat mensen te lage doseringen nemen tijdens het microdoseren of dat er in verloop van tijd wat tolerantie ontstaat. Hierdoor kan een microdosering mogelijk net niet of wel werken om vervolgens door de tolerantie minder goed of helemaal niets doet. De dosering juist krijgen is dus het moeilijkst, je wilt niet te veel en ook niet te weinig innemen. Buiten dit om zien wij meer vooruitgang bij af en toe hogere doseringen psilocybine dan alleen maar microdosen met truffels.
We schreven eerder een bericht waarin stond dat microdoseren niet veel beter werkt dan een placebo. De effecten van placebo kan je niet onderschatten en dit is de grootste reden waarom microdosing werkt. Als je verder kijkt dan de onderzoeken en je de positieve verhalen leest over het microdoseren van psychedelica, kan het misschien zijn dat de onderzoekers iets over het hoofd zien.
We weten dat de opname van tryptofaan, de bouwstof van serotonine, moeilijk verloopt en amper in het brein terecht komt. Psilocine (uit truffels) komt echter zeer makkelijk in het brein als je rekening houdt met het treshold niveau. Nu zijn tryptofaan en psilocine nauw verwant aangezien tryptofaan de voorloper is van psilocine. Het zou kunnen zijn dat je zelfs geoxideerde psilocine in het brein omzet naar een bouwstof voor serotonine, wat dan weer positief kan zijn voor de gemoedstoestand op de lange duur. Dit zou dan de langdurige positieve effecten kunnen verklaren zonder dat microdoseren veel invloed heeft op de korte termijn.
Let op: Dit is een theorie wat nog wetenschappelijk onderzocht moet worden. De huidige stand van zaken:
Beperkte opname van tryptofaan. Het essentiële aminozuur l‑tryptofaan wordt slechts in kleine hoeveelheden gebruikt voor de synthese van serotonine; de meeste inname wordt omgezet via de kynurenine‑route. De transportcapaciteit over de bloed‑hersenbarrière is bovendien beperkt en afhankelijk van de verhouding tussen tryptofaan en andere grote neutrale aminozuren.
Psilocine is lipofiel en passeert de BBB gemakkelijk. Psilocybine wordt in het lichaam omgezet naar psilocine, dat dankzij een intramoleculaire waterstofbrug lipofiel is. Hierdoor heeft psilocine weinig moeite de BBB te passeren en treedt het effect snel in. Dit gaat dus inderdaad veel makkelijker dan serotonine.
Vergelijkbare afbraakroutes van psilocine en serotonine. Zowel psilocine als serotonine worden door MAO geoxideerd tot hydroxyindol‑3‑acetaldehyde en vervolgens tot hydroxytryptofol of hydroxyindol‑3‑azijnzuur. Dit onderstreept de biochemische verwantschap tussen beide moleculen.
Geen bewijs dat psilocinemetabolieten dienen als serotonine‑precursoren. Hoewel psilocine verwant is aan tryptofaan en serotonine, is er geen wetenschappelijk bewijs dat het metaboliet 4‑HIAA of andere geoxideerde psilocinederivaten in de hersenen worden teruggezet naar serotonine of tryptofaan. De metabolieten worden grotendeels uitgescheiden in de urine en 5‑HIAA, de analoog serotoninemetaboliet, passeert de BBB nauwelijks.
Langdurige stemmingsverbeteringen door psilocybine waarschijnlijk via andere mechanismen. Studies melden dat psilocybine langdurige antidepressieve effecten heeft. Deze effecten worden waarschijnlijk veroorzaakt door langdurige receptoragonisme, neuroplasticiteit en interacties met het darmmicrobioom, niet door de recycling van psilocinemetabolieten tot serotonine.
Samenvattend: de theorie dat geoxideerde psilocine in het brein kan worden omgezet tot bouwstoffen voor serotonine vindt momenteel geen steun in de wetenschappelijke literatuur. Wel toont onderzoek duidelijke verschillen in de beschikbaarheid van tryptofaan en psilocine voor het brein en grote overeenkomsten in hun afbraak. De langdurige positieve effecten van psilocybine zijn waarschijnlijk te wijten aan receptoragonisme en neuroplasticiteit, niet aan directe aanvulling van serotonine via psilocine‑metabolieten.

Steeds meer mensen laten microdoseren achterwege en kiezen voor een hoger gedoseerde psychedelische trip. Dit omdat de BDNF verhogende eigenschappen bij microdoseren er niet of nauwelijks is. Bij hogere doseringen is dat wel bewezen. Ook het reduceren van inflammatie werkt beter bij hogere doseringen.
Om deze discussie te onderbouwen met de huidige wetenschappelijke stand van zaken, duiken we in de resultaten van klinische studies en neurologisch onderzoek. De kloof tussen de "ervaring" van de gebruiker en de "data" van de wetenschapper wordt hiermee een stuk duidelijker.
Dit is een van de grootste en meest geciteerde onderzoeken naar microdosing. Omdat labstudies duur en streng gereguleerd zijn, lieten onderzoekers van Imperial College London 191 gebruikers hun eigen capsules maken (placebo vs. microdose) via een ingenieus "blind" systeem.
De bevinding: Na vier weken rapporteerden de microdosers significante verbeteringen in welzijn en minder angst. Echter, de groep die dacht dat ze een microdose namen maar eigenlijk een placebo slikten, vertoonde exact dezelfde verbeteringen.
Conclusie: De positieve effecten van microdosing zijn waarschijnlijk een gevolg van de verwachting (expectancy effect) en niet van de farmacologische werking van de stof op die lage dosis.
Op het forum wordt gesproken over BDNF (Brain-Derived Neurotrophic Factor), een eiwit dat essentieel is voor het herstel en de groei van neuronen.
Hoge dosering: Het is onomstotelijk bewezen dat een "macrodose" (een volledige trip) zorgt voor een enorme piek in BDNF en een tijdelijke verhoging van de neurale verbindingen. Dit noemen we de "window of plasticity".
Microdosering: In menselijke studies is het bewijs voor een BDNF-verhoging bij microdosing zeer zwak. In dierstudies (bij ratten) ziet men wel enige verandering, maar mensen hebben een veel complexer metabolisme en een andere dichtheid van de -receptoren.
De drempelwaarde: Wetenschappers vermoeden dat er een drempelwaarde is (threshold) waarbij de -receptor voldoende gestimuleerd moet worden om de signaalcascade voor BDNF te starten. Een microdose blijft hier vaak onder.
Psychedelica werken primair op de serotonine -receptor.
Bij een volledige dosis is ongeveer 60% tot 80% van deze receptoren in de cortex bezet. Dit leidt tot de mystieke ervaringen en de therapeutische doorbraken.
Bij een microdose is de bezetting waarschijnlijk minder dan 10% tot 20%. Veel onderzoekers betwijfelen of dit genoeg is om een blijvende verandering in de hersenstructuur teweeg te brengen zonder de hulp van het placebo-effect.
Wetenschappers kijken naar twee factoren die de forumtheorie over "bouwstoffen" kunnen aanvullen:
Subtiele cognitieve verschuivingen: Sommige labstudies (o.a. van de Universiteit Maastricht) vonden dat microdoseren de focus en "divergent denken" (creativiteit) iets verbeterde, maar alleen bij specifieke taken. Het effect is zo klein dat het in het dagelijks leven nauwelijks te onderscheiden is van een goede kop koffie of een dag met veel zelfvertrouwen.
Lage graad ontstekingsremming: Er is een groeiende interesse in de ontstekingsremmende eigenschappen van psychedelica. Zelfs een microdose zou theoretisch kleine ontstekingen in het brein kunnen verminderen, wat een licht antidepressief effect geeft, onafhankelijk van de "trip".
De wetenschap zegt momenteel: "We zien de effecten die gebruikers claimen niet terug in de data zodra we een placebo toevoegen." De theorie op het forum dat psilocine makkelijker de bloed-hersenbarrière passeert dan tryptofaan is correct, maar de aanname dat het daarna wordt "gerecycled" tot serotonine mist momenteel nog biologisch bewijs. De meeste psilocine verlaat het lichaam simpelweg via de urine.