Wat heeft bij jullie patiënten met OCD beter gewerkt? LSD of psilocybine?
Bij cliënten met OCS (obsessieve-compulsieve stoornis) zien we over het algemeen dat psilocybine als eerste keus wordt ingezet, en dat is niet zonder reden. De meeste wetenschappelijke onderzoeken naar psychedelische therapie bij OCS zijn tot nu toe namelijk gericht op psilocybine. Deze stof heeft in meerdere studies laten zien dat het rigide denkpatronen kan versoepelen en cognitieve flexibiliteit vergroot. Dit zijn de twee kernfactoren bij het verminderen van dwangmatige symptomen.
In de praktijk merken we echter dat LSD of een combinatie van LSD met psilocybine (de zogeheten wizard flip) bij sommige cliënten meer effect sorteert, vooral als er sprake is van diepgewortelde patronen of een sterk analytisch brein. LSD werkt vaak iets meer stimulerend op de visuele en cognitieve processen, waardoor bepaalde inzichten krachtiger of langer kunnen doorwerken.
Onze gebruikelijke werkwijze bij OCS is dan ook stapsgewijs: we starten bijna altijd met een psilocybine sessie om te zien hoe iemand reageert op psychedelica in een therapeutische setting. Daarna kunnen we desgewenst overgaan op LSD-therapie of een wizard flip, waarbij de diepte en duur van de ervaring wordt uitgebreid. Deze tactiek biedt veiligheid, opbouw en ruimte voor evaluatie, en leidt in onze ervaring tot het beste resultaat.
Wil je weten welke aanpak bij jou past? De intake voor triptherapie is de eerste stap naar een persoonlijk advies.
OCD is in essentie een stoornis van cognitieve rigiditeit - bepaalde neuraal circuits zijn vastgelopen in een patroon. Psilocybine werkt daar heel effectief omdat het precies die frontale cortex-connectiviteit kan 'losmaken'.
Maar waar het nog interessanter wordt: de verschillen tussen psilocybine en LSD bij OCD hebben met timing en duur te maken. Psilocybine werkt 4-6 uur, LSD 8-12 uur. Dat betekent dat bij diepgewortelde OCD-patronen, LSD soms beter kan werken omdat het meer ruimte geeft voor inzicht. Het is alsof psilocybine het slot opent, maar LSD je meer tijd geeft om echt rond te kijken in die ruimte.
De wizard flip die Marcel noemt is eigenlijk heel slim: psilocybine geeft die eerste opening, en de toevoeging van LSD na paar uur versterkt dat effect en verlengt het. Wat dit therapiegerichtiger maakt is dat je dan meer tijd hebt voor interactie met je therapeut middenin dat proces.
Een punt dat ik zou toevoegen: bij OCD is de voorbereiding en het therapeutische frame nog iets belangrijker dan bij andere indicaties. OCD is immers gebouwd op onzekerheid en dwang-spiralen. Een zeer duidelijke, veilige setting met veel duidelijkheid helpt bij veel patiënten meer dan bij anderen. Zorg dat je intake echt goed is en dat je je therapeut vertrouwt.
Ook: na de sessie, zeker met OCD, is integratiewerk cruciaal. De inzichten die je krijgt moeten echt in je dagelijks gedrag landen, anders vervalt OCD snel terug naar die oude patronen. Veel patiënten zeggen dat de echte verandering in die twee weken daarna gebeurt.
Mijn advies: volg Marcels stapsgewijze aanpak, en wees geduldig. Niet iedereen voelt na één sessie al groot verschil. Soms komt dat volle effect pas na twee of drie sessies duidelijk naar voren.
De laatste tijd zien we ook steeds meer mensen met OCD die niet zo sterk reageren op psilocybine, maar wel op LSD analogen. De reden waarom mensen OCD (OCS in Nederlands) hebben kan hier soms de oorzaak van zijn. Mensen met OCS hebben mogelijk al een andere biochemische huishouding en dat kan de basis bieden van een verminderde reactie op psilocybine en psilocine. Nu is OCD/OCS wel wat complex en kan dit meerdere oorzaken hebben en hierdoor ook per persoon verschillend zijn hoe zij op psychedelica reageren.
Psilocybine is de eerste keus bij OCD
De eerste en meest gestemde reactie geeft aan dat psilocybine meestal als eerste ingezet wordt bij cliënten met OCS omdat dit middel in het onderzoek vooral bekeken is, en het in studies en therapeutische context effectief lijkt bij het versoepelen van rigide denkpatronen en het vergroten van cognitieve flexibiliteit — twee kernproblemen bij OCD.
Wanneer LSD overwogen wordt
Er wordt opgemerkt dat LSD óf een combinatie van LSD met psilocybine (soms een “wizard flip” genoemd) bij sommige cliënten betere resultaten kan geven, vooral bij diepgewortelde patronen of bij mensen met een sterk analytisch brein. LSD werkt volgens deze reactie iets meer stimulerend op visuele en cognitieve processen, wat bepaalde inzichten langer en krachtiger zou laten doorwerken.
Therapie-gericht perspectief: stap voor stap
De genoemde praktijkaanpak is om te starten met een psilocybine-sessie om te zien hoe iemand reageert binnen een therapeutische setting. Daarna kan, afhankelijk van de reactie en behoefte, eventueel een LSD-sessie of een wizard flip plaatsvinden. Dit biedt volgens de beantwoorder meer opbouw en veiligheid bij behandeling.
Uitleg over verschillen tussen psilocybine en LSD bij OCD
Een andere deelnemer licht toe dat het verschil bij OCD vaak vooral zit in de duur en structuur van de ervaring: psilocybine werkt korter (4-6 uur) terwijl LSD langer werkt (8-12 uur). Daardoor kan LSD in sommige gevallen meer tijd geven om inzichten te verdiepen en therapeutisch te benutten. Het combineren van psilocybine en LSD biedt dan meer tijd en ruimte voor interactie met een therapeut.
Biochemische variatie tussen individuen
In een latere reactie wordt genoemd dat sommige mensen mogelijk minder sterk op psilocybine reageren maar wél op LSD-analogen, mogelijk door individuele verschillen in biochemie of OCD-mechanismen.
Psilocybine wordt door de meeste forumleden genoemd als eerste keuze bij OCD vanwege de relatieve hoeveelheid onderzoek en ervaringen.
LSD kan effectiever zijn bij diepere patronen of als vervolg op psilocybine, vooral door de langere werking en cognitieve stimulatie.
Therapie-instelling, voorbereiding en integratie worden impliciet gezien als cruciaal voor effectiviteit, niet alleen de keuze van de stof.
Dit is gebaseerd op ervaringen van gebruikers en therapeuten, niet op gecontroleerde klinische onderzoeksdata. Wetenschappelijke studies naar psychedelica bij OCD zijn beperkt, en effectiviteit, veiligheid en risico’s variëren per individu.
Hier vind je toch de belangrijkste bevindingen in onderzoek:
Op basis van wetenschappelijke literatuur ontstaat een genuanceerd beeld van LSD‑therapie en de wizard flip (LSD + psilocybine) bij angst en OCD. Hieronder worden de ervaringen van cliënten en therapeuten van Tripforum aangevuld met onderzoeksdata.
LSD vermindert angst, maar de dosis is belangrijk. Een Zwitserse studie bij mensen met angststoornissen (met of zonder levensbedreigende ziekte) vergeleek LSD‑sessies met placebo in een cross‑overdesign. Twee LSD‑sessies van 200 μg leidden tot grote en langdurige afnames in angst- en depressiescores; het verschil met de uitgangswaarde bedroeg –21,6 punten (95 % BI –32,7 tot –10,4) op de Spielberger State‑Trait Anxiety Inventory (STAI). De effecten bleken na 12 maanden nog aanwezig; zowel de LSD‑eerste als de placebo‑eerste groep behield een effectgrootte van ongeveer 1 (Cohen’s d).
Een moderne gerandomiseerde studie naar LSD (MM120) bij gegeneraliseerde angststoornis randomiseerde 198 volwassenen naar 25, 50, 100 of 200 µg LSD of placebo. Na 4 weken bleken alleen 100 µg en 200 µg significant beter dan placebo; de Hamilton Anxiety Rating Score daalde gemiddeld met 5 punten (95 % BI –9,6 tot –0,4) bij 100 µg en 6 punten (95 % BI –9,8 tot –2,0) bij 200 µg. Microdoseringen van 25 of 50 µg bereikten geen significant effect.
LSD‑microdosing heeft weinig effect op angst of stemming. Een recente review van 19 placebo‑gecontroleerde microdosestudies concludeerde dat microdoses LSD of psilocybine wel fysiologische en subjectieve veranderingen veroorzaken, maar geen significante verbetering van depressie‑, angst‑ of stressscores geven. Dit komt overeen met andere studies waarin microdoses geen verschil lieten zien op standaardmaten zoals de Depression Anxiety Stress Scale.
LSD‑therapie bij levensbedreigende ziekten: in een pilotstudie kregen 10 patiënten met angst door een levensbedreigende aandoening twee LSD‑geassisteerde psychotherapiesessies. Een jaar later meldde 77,8 % een blijvende daling van angst en 66,7 % een verbetering van de kwaliteit van leven. De sessies werden ervaren als inzichtgevend en cathartisch.
LSD‑assisted therapie bij depressie: in een randomised trial bij 61 personen met ernstige depressie kregen zij twee LSD‑sessies (hoog‑dosis: 100 + 200 µg of laag‑dosis: 25 + 25 µg). Na twee weken was de daling in zelfgerapporteerde depressiescores groter in de hoog‑dosisgroep (–11,8 versus –3,9; verschil –7,9) en deze verbetering bleef 12 weken zichtbaar. De effecten op angst werden niet specifiek onderzocht, maar wijzen op een dosisafhankelijk antidepressief effect dat mogelijk ook angst verlicht.
Een dubbelblind onderzoek vergeleek in 28 gezonde vrijwilligers de acute effecten van LSD (100 en 200 µg) met psilocybine (15 en 30 mg). De hoge doses (200 µg LSD en 30 mg psilocybine) gaven vergelijkbare subjectieve effecten; wel veroorzaakte 200 µg LSD sterkere ego‑verlies‑ervaringen en hogere angstscore tijdens de piek. LSD werkte langer dan psilocybine en verhoogde de hartslag sterker, terwijl psilocybine de bloeddruk meer verhoogde. Het onderzoek toont aan dat LSD en psilocybine vergelijkbare bewustzijnsveranderingen geven, maar dat hogere LSD‑doses ook meer acute angst kunnen oproepen.
Wetenschappelijke data over het gelijktijdig gebruik van LSD en psilocybine is vrijwel afwezig. Onderzoekers hebben alleen combinaties met MDMA onderzocht:
LSD + MDMA: in een dubbelblind crossoverstudie kregen 24 gezonde vrijwilligers 100 mg MDMA + 100 µg LSD, LSD alleen, MDMA alleen en placebo. De combinatie verlengde de LSD‑ervaring maar veranderde de subjectieve effecten niet; wel stegen hartslag en bloeddruk sterker dan bij LSD alleen. De auteurs concludeerden dat co‑toediening van MDMA geen duidelijke voordelen opleverde.
Prospectief onderzoek naar natuurlijke gebruikers laat zien dat mensen die psilocybine of LSD gecombineerd met lage doses MDMA gebruiken, minder heftige negatieve emoties (zoals angst en verdriet) en meer gevoelens van zelfcompassie en liefde ervaren. Het gaat echter om een kleine convenience‑sample zonder randomisatie, waardoor causale uitspraken niet mogelijk zijn.
Voor LSD + psilocybine (de zogeheten wizard flip) bestaan geen gerandomiseerde of observationele studies. Therapiewebsites beschrijven de combinatie als nuttig voor cliënten met zowel angst als depressie: LSD zou het cognitief losmaken van vastgeroeste patronen vergemakkelijken, terwijl psilocybine toegang geeft tot dieperliggende emoties. De combinatie kan daardoor visueel en emotioneel intens zijn en wordt vooral gebruikt in settings met ervaren begeleiding. Aangezien deze claims grotendeels op ervaring en kleine praktijkreeksen berusten, moeten zij met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
LSD‑therapie heeft in gecontroleerde studies aanzienlijke en langdurige effecten op angst en depressie. Doseringen rond 100–200 µg blijken effectief; microdoseringen niet.
LSD en psilocybine hebben vergelijkbare therapeutische potentie, maar LSD werkt langer en kan bij hogere doseringen meer angst tijdens de piek oproepen.
De ‘wizard flip’ (LSD + psilocybine) wordt in praktijk gebruikt, maar er is geen wetenschappelijk bewijs. Therapeuten melden synergie tussen de cognitieve openheid van LSD en de emotionele diepgang van psilocybine, maar er zijn geen klinische trials; veiligheid en effectiviteit moeten nog worden onderzocht.
Combinatie met MDMA wordt wel onderzocht: lage doses MDMA lijken negatieve ervaringen bij psilocybine/LSD te verminderen, maar bij LSD + MDMA leverde co‑toediening geen klinisch voordeel op.
In de huidige stand van de wetenschap is er dus beperkte harde evidence om de ervaringen van Triptherapie klanten over de wizard flip te onderbouwen. LSD‑geassisteerde therapie heeft daarentegen een groeiend wetenschappelijk fundament voor angststoornissen, wat het aannemelijk maakt dat in de toekomst er wel wetenschappelijk bewijs voortkomt.
![]()