Het komt weleens voor dat mensen bijna niet reageren op psilocybine. Vandaag heb ik een sessie begeleid waarbij de klant in kwestie ongeveer 90 mg aan psilocybine heeft gehad. De eerste dosering was van 30 gram truffels. Een uur later voelde hij zich minder depressief, maar geen hallucinaties of trip. Na dit uur dus de dosis verdubbeld om te kijken wat het doet. Helaas na een half uur geen extra effect en de tijd begint te dringen voor een eventuele derde dosering. Toch nog eens 30 mg aan psilocybine erbij. Op deze manier is er 90 mg aan psilocybine ingenomen.
De pupillen zijn slechts een beetje verwijd en de depressieve gevoelens zijn weg. Dit toont aan dat er iets gebeurt. Voor de rest is er niet echt een trip. We hopen dat op de achtergrond het toch iets goeds doet en dat psilocybine dan maar op chemisch vlak de cellen gezonder maakt via de anti-oxidante eigenschappen en de BDNF-verhogende neuroplastische effecten. Er is namelijk geen echte tripervaring.
Hoe kan je weinig effect hebben van zo’n hoge dosering psychedelica? Deze klant heeft langdurig antidepressiva gebruikt en dit kan serotonerge downregulatie als gevolg hebben gehad. Dat betekent dat de receptoren voor serotonine en diverse psychedelica minder goed werken of er minder van zijn (in bepaalde hersengebieden).
Daarnaast zijn er nog enkele andere mogelijke verklaringen. Langdurig gebruik van SSRI’s of SNRI’s kan niet alleen het aantal 5-HT2A-receptoren verminderen, maar ook de gevoeligheid ervan langdurend veranderen. Zelfs na het afbouwen kan het maanden duren voordat de receptorrespons volledig hersteld is. In sommige gevallen lijkt er sprake van een langdurige demping van het psychedelische effect.
Ook genetische verschillen kunnen een rol spelen. Variaties in leverenzymen (zoals CYP-enzymen) beïnvloeden hoe snel psilocine wordt afgebroken. Bij zeer snelle metaboliseerders kan de werkzame stof sneller uit het systeem verdwijnen, waardoor de piek uitblijft. Al verklaart dit meestal niet volledig het uitblijven van vrijwel alle subjectieve effecten bij zo’n hoge dosis.
Verder zien we soms dat mensen wel degelijk farmacologisch reageren. Denk aan pupilverwijding en stemmingsverbetering. Maar ze hebben geen duidelijke visuele of mystieke ervaring. Dat wijst erop dat de stof de hersenen bereikt en effect heeft, maar dat de corticale netwerken die verantwoordelijk zijn voor de typische “tripbeleving” minder responsief zijn.
Tot slot speelt ook psychologische controle een rol. Sommige mensen houden onbewust sterk vast aan cognitieve controlemechanismen. Zelfs bij hoge doseringen kan het bewustzijn dan opvallend stabiel blijven, met weinig subjectieve vervorming.
Hoewel een diepe trip vaak als katalysator werkt, betekent het ontbreken ervan niet automatisch dat er geen therapeutisch effect is. De waargenomen stemmingsverbetering suggereert dat er wél neurochemisch iets is gebeurd. Of dat voldoende is voor langdurige verandering, zal de tijd moeten uitwijzen.
Mogelijk gaan we in de toekomst een nieuwe poging wagen, maar dan moeten we eerst werken aan een hogere receptorgevoeligheid. Dit kan gelukkig met bepaalde supplementen en tijd voor receptorherstel. Of soms kan een ander psychedelicum wel wat doen.